Foto:

Column Nynke Geertsma: Met de kraan open

Breuk rijmt op leuk, maar een breuk ís eigenlijk nooit leuk. Bij een breuk is er iets kapot. Een relatie, een vaas of een waterleiding. Dat wat stuk is, laat zich niet per se gemakkelijk repareren. En áls het lukt, kan het maar zo zijn dat even later de boel iets verderop weer knapt, scheurt of breekt. Dat scenario lijkt deze zomer voortdurend het geval bij de waterleidingen in de stad en omgeving. Er gaat bijna geen dag voorbij of er is wel ergens in de buurt een waterleiding kapot! Bijna alle wijken zijn inmiddels een of meerdere keren getroffen. En dat geeft veel overlast: het leidingwater waarmee we douchen, thee zetten en het toilet doorspoelen stroomt dan niet meer door de kranen, maar door de straten. Een waterballet is het gevolg, met als bijkomend gevaar dat stukken straat en stoep wegzakken, omdat het zand eronder wegspoelt.

Waterput

Nu ik voor de dertigste keer deze zomer lees dat er weer een leiding is gesprongen, maak ik me dus wel een beetje zorgen. Waar een lek vroeger vooral ontstond door een per ongeluk uitschietende graafmachine of een expansiedriftige gripzoekende boomwortel, spelen er tegenwoordig heel andere krachten. Niet de mens of de machine, maar de aarde roert zich. Die draait niet alleen rond, maar verschuift ook haar grond. De hoge temperaturen zijn volgens deskundigen hieraan debet. Ze drogen de aarde onder onze voeten uit. En als het dan weer regent, (ver)zet de grond zich. Daar kunnen veel buizen niet tegen. De waterbedrijven hebben het dus drukker dan ooit met het herstellen van het ondergrondse leidingwerk, maar het lijkt dweilen met de kraan open. Nog even en we moeten polsstokspringend over de sinkholes naar een centrale waterput op de Hof, waar we per inwoner twee emmertjes water per dag mogen halen! Ik heb alvast een regenton aangeschaft; je weet maar nooit.

Meer berichten