Foto:

Column Nynke Geertsma: Ik word oud

Nu ik zo tegen de vijftig loop, merk ik dat er zich een nieuwe levensfase aankondigt. Er komen steeds vaker van die momenten waarop ik mezelf hardop hoor denken: 'Ik word oud'. Anderhalve week geleden was er in het Eemhuis een megapubquiz. Echt iets voor ons, vonden wij! En zo zaten wij daar met z'n vieren die zaterdagavond in de bieb met wijn en bier, vol verwachting en klaar voor de vragen, die ons – zo dachten wij – met al onze levenservaring en kennis toch minimaal een top 10-plek zouden moeten opleveren. Maar hoe verder de avond vorderde, hoe stiller wij werden. Er kwamen zelfs hele blokken met vragen over hedendaagse muziek langs, waarvan we er niet één wisten! Cultuur en sport gingen nog en zelfs enkele rekensommen konden wij (lees: mijn teamleden) oplossen, maar vaker kwam het voor dat wij best een aardig antwoord paraat hadden, maar dat de vraag er simpelweg niet bij paste. En dat we bij het verschijnen van de antwoorden een collectieve zucht slaakten en 'Och jaaaa, tuurlijk!' uitriepen.

Om gek van te worden! Maar bij die moderne muziekjes, daar kickte het bij mij echt in: ergens eind vorige eeuw ben ik afgehaakt. Ik ben qua muziek blijven hangen in de jaren '70, '80 en '90. Veel van wat er daarna is geproduceerd, vind ik takkeherrie. En terwijl ik me dit realiseer, hoor ik mijn ouders praten. Zij vonden immers vroeger ónze muziek niet om aan te horen. Daar begreep ik als tiener niets van. Ze hadden gewoon geen smaak, zei ik toen. Nu begrijp ik ze en betrap mezelf op vergelijkbare clichés. Sterker nog, zo struinend langs al die behoorlijk vergrijsde smartlappenkoren dit weekend zong ik moeiteloos het hele repertoire mee. Ja, ik word oud. Nou ja, ik hoop het! Maar zo'n pubquiz laat ik maar aan me voorbijgaan in het vervolg.

Meer berichten