Logo amersfoortnu.nl

Maximale celstraf en jeugd-tbs voor doden Romy

Achterveld - De rechtbank Midden-Nederland veroordeelde vrijdag een 14-jarige jongen tot een jaar jeugddetentie en een PIJ-maatregel voor het verkrachten en doden van Romy op 2 juni 2017 in Achterveld.

De jongen heeft bevestigd dat hij de 14-jarige Romy na school heeft opgewacht en haar meermalen heeft verkracht. Toen Romy aangaf dat zij de verkrachting zou aangeven bij de politie, werd verdachte zo boos dat hij haar heeft gewurgd en in een sloot heeft geduwd. Dit beoordeelt de rechtbank als gekwalificeerde doodslag: de verdachte heeft Romy opzettelijk om het leven gebracht om te voorkomen dat de verkrachting ontdekt zou worden.

De verdachte is onderzocht door deskundigen. Zij zien een zorgelijk beeld bij de jongen. Dat beeld bestaat uit problemen op antisociaal en seksueel gebied. De jongen heeft bijvoorbeeld een laag empathisch vermogen, weinig moreel inzicht en een verstoorde seksuele ontwikkeling. Deskundigen zien daarnaast ook een kwetsbare jongen die nog sterk afhankelijk is van zijn ouders en met angst, huilbuien en enorme onmacht reageert op alles wat er op hem afkomt. De kans dat de jongen zonder behandeling nogmaals de fout in gaat wordt door de deskundigen ingeschat op hoog. Om dit te voorkomen en om de jongen in aanloop naar zijn volwassenheid positief te stimuleren, legt de rechtbank behandeling in de vorm van een PIJ-maatregel op. Dit wordt ook wel jeugd-TBS genoemd. De behandeling zal naar verwachting jaren in beslag nemen. De PIJ-maatregel duurt maximaal 7 jaar. Als het nodig is kan de PIJ-maatregel na die tijd omgezet worden naar volwassen TBS.

Naast de PIJ-maatregel vindt de rechtbank ook een gevangenisstraf op zijn plaats. Op de zitting hebben de ouders van Romy verteld wat het verlies van Romy voor de familie betekent. Zij voelen het gemis, het verdriet en de woede elke dag opnieuw. De dood van Romy heeft ook de samenleving geschokt. De rechtbank vindt dat alleen de maximaal op te leggen jeugddetentie -dat is in dit geval een jaar- recht doet aan de ernst van de feiten. De rechtbank houdt hierbij geen extra rekening met de verminderde toerekeningsvatbaarheid van de verdachte omdat het jeugdstrafrecht hier al voldoende op ingericht is.

Reageer als eerste
Meer berichten